Het is al meer dan een maandje geleden, maar ik moet er de laatste tijd best vaak aan terugdenken. Zaterdagochtend 12 september om 09:00 stonden twee E-teams op het veld. Met een mengelmoesje van KVS- en Achilles papa’s en mama’s langs de kant (soms de één inmiddels bij de andere partij en andersom). Twee teams die aan elkaar gewaagd waren. En, nog leuker voor mij dan, mijn oudste tegen mijn neefje.

Ik stond daar als trotse vader en trotse oom (en mijn broer trouwens ook, naast me). Dat had ik niet verwacht pak ‘m beet 10 jaar geleden, dat ik daar zo zou staan. Vol enthousiasme in de vroege ochtend. Niet per se mooi weer, misschien zelfs wel beetje koud. Glimlachend met een kopje koffie, kijken naar die ventjes en meiden. Cliché, ik weet het.

Het werd een verdiende 8-8 (Achilles nam een mooie eindsprint naar de gelijkmaker met net niet de winnende). De eindstand, daar ging het niet om. Zo mooi om die kinderen te zien genieten om het spel en om de inzet. De E’tjes (b)lijkt het kantelpunt te zijn van “ze doen maar wat” naar “ze gaan echt wat doen”. Nooit gerealiseerd! Minder ren je rot. Steeds meer een idee, een iets kunnen doorzien, een iets echt willen doen, en dat dat dan lukt. Die doorloopactie maken en dan nog een echte doorloop ook! Of die strakke pass zo recht in de handen van een vrijstaand ploeggenootje met zo’n blik van grrr! Of dan zomaar ingesneden zijn of echt gáán voor de afvang. Zelfs een halve uitwijkbal heb ik waargenomen (of: dat bedenk ik me ineens dat dat zo was). Je gaat het pas zien als je het doorhep.

En dan, evenzo ineens, zakt het weg en wordt het weer een gezellige chaos of zitten ze er doorheen en zijn ze moe. Prachtig.

Het was leuk. De “oes” en de “aaahs” galmden over het veld voor elke actie, ook voor de “tegenpartij”. Vol met emotie en met af en toe vast wat veel te hard gegil van de papa’s en mama’s werd het een gezellige kolkende arena. De zon kwam zelfs al even door.

Vier kwarten lang rode wangen en geconcentreerde koppies. Willen winnen en het vooral leuk vinden. Ouders die staan te klappen voor een mooi doelpunt, ook van de tegenpartij. Spelertjes die onderling al een beetje geiten met elkaar. En dan achteraf: “Ja die ene, die was echt goed joh!”.

Aan het einde van die dag nadat we lekker bleven hangen op het veld (het werd mooi weer!), op weg naar huis fietsend, ving ik ineens een diepe zucht van genoegzaamheid bij m’n oudste op, ondersteund met een brede glimlach van plezier: “Wat was dat weer een leuke dag”.

Zeker nu alles toch weer overhoop is gehusseld, het Journaal nog steeds vooral één onderwerp heeft en het weer afwachten is wanneer het weer normaal wordt, denk ik er wellicht juist wat vaker aan terug.

Wat is het toch een leuk spelletje.

Vincent Wiekenkamp
vader van Seth en Fedja